Wat houdt de sciencestroom in?
Als jij kiest voor de sciencestroom, leer je in onze gave sciencevleugel van alles over natuurkunde, scheikunde, biologie, techniek, wiskunde en informatiekunde. De opdrachten voer je vaak met een team uit (nog gezellig ook dus!). Wie zei dat wetenschap saai is? Zonder boek ga je leren onderzoeken, bouwen, meten, (technisch) ontwerpen en dingen maken. Je maakt daarbij gebruik van moderne apparatuur als lasersnijders, 3D-printers, vinylsnijders, vacuümvormers, microcomputers, robots, etc. Ook leer je wetenschappelijk denken, onderzoek doen en programmeren: dat is heel leuk en belangrijk voor later! En als je eens aan de slag wil buiten de lessen, dan is dat natuurlijk ook mogelijk. Als je uitvinder wordt, laat je je natuurlijk niet tegenhouden door de bel!

 

Voor wie is de sciencestroom geschikt?
De sciencestroom is geschikt voor iedereen die geïnteresseerd  is in de vakken biologie (over de natuur), informatica (computers), natuurkunde (licht, beweging elektriciteit, etc.), scheikunde (stofjes, reacties, explosies), techniek (ontwerpen, bouwen en technologie) en wiskunde (rekenen, maar vooral puzzelen).

 

Waarin verschilt de sciencestroom van de andere stromen?
In de sciencestroom ontwikkel je je tot uitvinder of wetenschapper, terwijl je je in de sportstroom ontwikkelt tot sporter en in de cultuurstroom tot kunstenaar.

 

Wat staat er op het programma?

  • Appeltaart zagen: je moet netjes leren meten en afwegen. Dat doen we door een appeltaart te bakken. Maar je leert in deze module ook solderen met de lasercutter werken, lijmen, vijlen, schuren.
  • Licht en zicht (fotografie): zelf een camera maken, foto’s daarmee maken en zelf afdrukken, 3D-foto’s, en nog veel meer.
  • Bruggen bouwen: wie bouwt de sterkste brug? En wie de mooiste?
  • Vergelijkend warenonderzoek: testen welke chips het lekkerst is. Maar ook: zelf cosmetica maken zoals bruisballen, lippenbalsum enzovoort.
  • Crime Scene Investigation: er is een moord gepleegd. Zoek uit wie het gedaan heeft met methodes uit CSI.
  • Rube Goldberg-machines: je laat een balletje vallen, daardoor schiet er een touwtje los en rijdt het autootje tegen een plank die om klapt en een fles leeg laat lopen… Spannende kettingreacties zelf maken.
  • Led-objecten: je gaat zelf een object maken met ledjes. Dan moet je natuurlijk wel snappen hoe dat werkt, elektriciteit. De mooiste kunstwerken worden er gemaakt.
  • Sieraden maken: sieraden maken is ook science. We leren over smelttrajecten, stolpunten, materiaaleigenschappen en hoe je ingewikkelde materialen kunt bewerken. In de brugklas werk je vooral met perspex, maar in de tweede gaan we aan de slag met echt zilver. Dat is heet hoor (zoek maar eens het smeltpunt van zilver op)!
  • Hello World: je leert programmeren met de micro:bit. Dat is een heel klein computertje dat heel veel kan. Je programmeert eerst een stoplicht, een Love-meter, laat twee micro:bits met elkaar praten en bouwt een robot. Daarna verzin je je eigen project en voer je dat uit.
  • Raketten in Rocketscience: eerst zoeken we uit hoe een raket voortbewogen wordt. Daarna gaan we raketten afschieten met lucht, maar ook met een echte raketmotor zoals in een vuurpijl: ook doen we een wedstrijd met zelfgemaakte snelle auto aangedreven door CO2-patronen.
  • Handtastisch: natuurlijk moet je leren werken op een naaimachine; een fantastische robot is dat. je maakt een zelfontworpen tas. En daar mag bijvoorbeeld best een ledje in branden hoor (of 15!).
  • Automata: draaien aan een wieltje en daar gaat je ontwerp bewegen. Superman draaiend rond de wereld, huppelende konijnen, een dansende band: van alles kun je maken door slim de draaibeweging om te zetten in een andere beweging.
  • Eten en beestjes: er zit zoveel scheikunde in eten! En dus ga je zelf eten maken en onderzoeken. Zo maak je bijvoorbeeld mayonaise. En mayonaise is natuurlijk niks zonder patat.