Protocol Sociale Media Voortgezet Onderwijs Lucas Onderwijs


Inleiding

Sociale media zoals Twitter, Facebook, YouTube, Snapchat, Instagram, WhatsApp en LinkedIn bieden de mogelijkheid om te laten zien dat je trots bent op je school en kunnen een bijdrage leveren aan een positief imago van Lucas Onderwijs. Van belang is te beseffen dat je met berichten op sociale media (onbewust) de goede naam van Lucas Onderwijs en betrokkenen ook kunt schaden. Om deze reden vragen wij om bewust met de sociale media om te gaan.

Essentieel is dat, net als in communicatie in de normale wereld, de onderwijsinstellingen en de gebruikers van sociale media de reguliere fatsoensnormen in acht blijven nemen en de nieuwe mogelijkheden met een positieve instelling benaderen.

Lucas Onderwijs vertrouwt erop dat zijn medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers/verzorgers en andere betrokkenen verantwoord om zullen gaan met sociale media en heeft dit protocol opgezet om een ieder die bij Lucas Onderwijs betrokken is of zich daarbij betrokken voelt daarvoor richtlijnen te geven.

Uitgangspunten
1. Lucas Onderwijs en de onder haar bevoegd gezag ressorterende scholen voor voortgezet onderwijs (te noemen: de scholen) onderkennen het belang van sociale media.
2. Dit protocol draagt bij aan een goed en veilig school- en onderwijsklimaat;
3. Dit protocol bevordert dat de medewerkers, leerlingen en ouders/verzorgers, bij uitingen op sociale media die op welke wijze dan ook gerelateerd zijn aan, communiceren in overeenstemming met de reguliere fatsoensnormen en, voor zover het medewerkers betreft, in overeenstemming met de visie en missie van de scholen. Dit betekent onder meer dat we respect hebben de scholen en elkaar, en dat we iedereen in zijn waarde laten.
4. De gebruikers van sociale media dienen rekening te houden met de goede naam van de scholen en van een ieder die hierbij betrokken is;
5. Het protocol dient de scholen, haar medewerkers, leerlingen en ouders/verzorgers van de leerlingen te beschermen tegen de mogelijke negatieve gevolgen van de sociale media;

Doelgroep en reikwijdte
1. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor alle betrokkenen die deel uitmaken van de scholen, dat wil zeggen medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers/verzorgers en mensen die op een andere manier verbonden zijn met de scholen.

Sociale media in de school
A. Algemeen
1. Het is betrokkenen toegestaan om kennis en informatie te delen, mits het geen vertrouwelijke of persoonlijke informatie betreft en het andere betrokkenen niet schaadt.
2. Elke betrokkene is persoonlijk verantwoordelijk voor de inhoud die hij of zij publiceert op de sociale media.
3. Elke betrokkene dient zich ervan bewust te zijn dat de gepubliceerde teksten en uitlatingen voor onbepaalde tijd openbaar zullen zijn, ook na verwijdering van het bericht.
4. Het is leerlingen en medewerkers niet toegestaan om tijdens de lessen actief te zijn op sociale media, tenzij door de schoolleiding of docenten hiervoor toestemming is gegeven.
5. De onderwijsinstelling vraagt aantoonbaar schriftelijk toestemming aan medewerkers, ouders of aan leerlingen ouder dan 16 jaar om foto-, film- en geluidsopnamen van aan school gerelateerde situaties, waarop zij zijn afgebeeld, op de school en/of persoonlijke sociale media te zetten.
6. Het is medewerkers met inachtneming van de nodige terughoudendheid, vanuit een professionele en transparante houding en indien dit functioneel is in de betreffende situatie, toegestaan om met een privéaccount via sociale media te communiceren met leerlingen en ouders.
7. Van medewerkers, leerlingen en ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij, bij uitingen op sociale media die op welke wijze dan ook gerelateerd zijn aan de school, communiceren in overeenstemming met de reguliere fatsoensnormen en, voor zover het medewerkers betreft, in overeenstemming met de visie en missie van de scholen. Dit betekent onder meer dat we respect hebben voor de school en elkaar, en dat we iedereen in zijn waarde laten. Als fatsoensnormen worden overschreden (bijvoorbeeld: mensen pesten, kwetsen, stalken, bedreigen, uitschelden, in diskrediet brengen of anderszins beschadigen), dan neemt de school passende maatregelen.

B. aanvullend voor medewerkers
1. Medewerkers dienen zich ervan bewust te zijn dat zij een bijzondere verantwoordelijkheid hebben bij het gebruik van sociale media: privémeningen van medewerkers kunnen eenvoudig verward worden met de officiële standpunten van de scholen. Elke medewerker dient er dan ook bij al zijn/haar uitingen op de sociale media zorg voor te dragen, dat in redelijkheid onomwonden duidelijk is of hij/zij namens de school publiceert, dan wel als privépersoon met persoonlijke meningen en opvattingen die los staan van eventuele officiële standpunten van de school.
2. Het is medewerkers toegestaan om aan school gerelateerde onderwerpen te publiceren mits het geen vertrouwelijke of persoonsgebonden informatie over de school, haar medewerkers, leerlingen, ouders/verzorgers en andere betrokkenen betreft. Tevens mag de publicatie de naam van de school niet schaden.
3. Indien een medewerker deelneemt aan een discussie of anderszins uitingen op de sociale media publiceert in zijn hoedanigheid van medewerker van een van de scholen, dan dient de medewerker zo veel als mogelijk is te vermelden (bv. in zijn profieltekst) dat hij/zij medewerker is van een van de scholen.
4. Medewerkers gaan via de sociale media niet in discussie met een leerling of diens ouders/ verzorgers over aan de school gerelateerde aangelegenheden. Als online communicatie dreigt te ontsporen dient de medewerker direct contact op te nemen met zijn/haar leidinggevende om de te volgen strategie te bespreken.
5. Bij twijfel of een publicatie in strijd is met deze richtlijnen neemt de medewerker contact op met zijn/haar leidinggevende.

Sancties en gevolgen voor medewerkers en leerlingen
1. Medewerkers die in strijd handelen met dit protocol maken zich mogelijk schuldig aan plichtsverzuim. Alle correspondentie omtrent dit onderwerp wordt opgenomen in het personeelsdossier.
2. Indien Lucas Onderwijs de wijze van communiceren door een medewerker(s) als ‘grensoverschrijdend’ kwalificeert, dan wordt dit na bekendmaking aan de medewerker telefonisch gemeld bij de Landelijke Vertrouwensinspecteur (0900-1113111).
3. Afhankelijk van de ernst van de uitlatingen, gedragingen en gevolgen worden naar medewerkers toe rechtspositionele maatregelen genomen conform de dan geldende cao voor het voortgezet onderwijs;
4. Leerlingen en / of ouders/verzorgers/verzorgers die in strijd met dit protocol handelen maken zich mogelijk schuldig aan verwijtbaar gedrag. Alle correspondentie omtrent dit onderwerp wordt opgenomen in het leerlingendossier.
5. Afhankelijk van de ernst van de uitlatingen, gedragingen en gevolgen worden naar leerlingen en / of ouders/verzorgers/verzorgers toe maatregelen genomen welke variëren van waarschuwing, schorsing en verwijdering van school
6. Indien de uitlating van leerlingen, en/of ouders/verzorgers/verzorgers en medewerkers mogelijk een strafrechtelijke overtreding inhoudt zal door de scholen aangifte bij de politie worden gedaan.

Dit protocol is met instemming van de Bureauraad op 17 mei 2018, GMR-VO op 22 mei 2018 en de GMRPO op 23 mei 2018 tot stand gekomen. Vastgesteld door het College van Bestuur d.d. 24 mei 2018.